OMARMEN EN BESTRIJDEN

Als het spannend wordt verliest het politieke bedrijf haar effectiviteit en haar leervermogen.

Hoe ga je het effectiefst om met politieke tegenstanders die je afkeer of angst inboezemen?

De meest voor de hand liggende strategie is om je er tegen af te zetten en te polariseren. Zo hebben in de Belgische verkiezingsstrijd de traditionele partijen hun pijlen op de NVA gericht en daarmee ongewild de positie van deze laatste versterkt. Door te benadrukken hoe slecht en angstwekkend de programmapunten van de NVA wel zijn, zich er duidelijk van te onderscheiden door een tegengestelde positie in te nemen, bevestigden ze slechts de dominante positie van deze partij. Negatieve aandacht is ook aandacht en daar draait het in het politieke bedrijf uiteindelijk om. Of zoals Bart De Wever het zelf ergens fijntjes formuleerde: ‘Gisteren was er hier een congres over de NVA, vandaag ván de NVA.’ Na zijn verkiezingsoverwinning mag De Wever dan wel zeggen dat zijn partij zwaar geleden heeft onder de negatieve campagne van de anderen, maar het heeft er juist voor gezorgd dat de punten waar zijn partij belang aan hecht moeiteloos de politieke agenda en het politieke debat konden domineren. Een grote kans zelfs dat deze strategie van ‘afzetten tegen’ averechts werkt. Of we nu al of niet sympathie hebben voor het inhoudelijke programma van een bepaalde partij, we hebben altijd wel een beetje sympathie voor de underdog. Het leerpunt: beter om vanuit de eigen kracht het debat aan te gaan in plaats van zich te positioneren ten opzicht van de tegenstander.

Is het dan een betere politieke strategie om de tegenstander te negeren? Naar aanleiding van de uitspraken van Wilders over meer of minder Marokkanen werd er in Nederland weer volop gepleit voor de strategie van het stilzwijgen en de invoering van een ‘cordon sanitaire’. Want ‘in Vlaanderen heeft dit goed gewerkt bij het Vlaams Blok/Belang’, beweerde een vooraanstaand politicus van de Nederlandse PvdA. Natuurlijk is niets minder waar. Door een partij te negeren en te minachten, negeer en minacht je ook haar kiespubliek, voor wie deze partij de enige spreekbuis is. Dit biedt de genegeerde partij een ongemeen comfortabele monopoliepositie ten aanzien van haar electoraat. Het Vlaams Belang is destijds op deze manier slapend rijk geworden. Hoe sterker de pogingen van de traditionele partijen om te negeren, te minachten of (juridisch) te bestrijden, hoe groter dat deze partij werd, zonder er zelf veel moeite voor te hoeven doen. Sterker nog, hoe meer burgers het gevoel hebben dat ze niet gehoord en au sérieux genomen worden, hoe extremer de uitingsvormen zullen zijn en hoe meer ze de neiging hebben om nog te radicaliseren. De ommekeer is er dan ook pas gekomen wanneer de traditionele partijen plots de onderliggende problemen (veiligheid, eigenheid) wel gingen erkennen en omarmen. Zo verdween de monopoliepositie van het VB op deze thema’s, werd dit deel van het electoraat en haar behoeften weer ernstig genomen en kon de bezorgde burger uit meer opties kiezen dan alleen het harde migrantenstandpunt van het VB. Hoe snel het dan kan gaan, blijkt uit de recente verkiezingsuitslagen.

Het is dus effectiever om de onderliggende behoefte te erkennen en te omarmen en tegelijkertijd de extreem geworden verschijningsvorm te bestrijden. Niet door negatieve aandacht te geven, maar door een goede inhoudelijke discussie over de kern van het probleem en het formuleren van alternatieve oplossingen. Het komt er op aan om daarbij de ‘tegenstander’ als een evenwaardige discussiepartner te benaderen en zijn positie niet al bij voorbaat te diskwalificeren. Fundamenteel gaat het om het hanteren van een ‘en/en’-perspectief: op een dieper niveau verbinding maken met de tegenpool in plaats van deze, op basis van de weerstand oproepende verschijningsvorm, verder weg te duwen.

Bij het omgaan met echte extremisten en fundamentalisten is het niet anders. Alleen bestrijden heeft geen zin, want door de tegendruk wordt het eigen gelijk slechts versterkt. En voor elke gedode martelaar, zijn we wel tien anderen die zijn plaats willen innemen en op een nog meer extreme manier voor de goede zaak willen strijden. Want een andere keuze is er niet. Ook hier is de eerste stap om deze cirkel te doorbreken het ernstig nemen van de onderliggende behoeften (armoede, geen kansen, geen uitzicht op een beter leven…) en op die manier de voedingsbodem weg te nemen. De Afrikaanse miljardair die wil investeren in kleinschalige landbouw in het noorden van Nigeria en op die manier de sociale basis van Boko Haram wil wegnemen, heeft dit zeer goed begrepen. Waarom zouden jonge mannen gaan vechten als ze ook een regulier leven zouden kunnen opbouwen. Natuurlijk blijven er altijd onverbeterbare extremisten over voor wie er geen weg terug is, maar die worden op deze manier geïsoleerd en verliezen snel de steun die ze tot dan toe genoten.

En wat betekent dit voor onze houding ten aanzien van Poetin? Moeten we sterk inzetten op veroordelingen, dreigementen en sancties of heeft dit juist een averechts effect? Moeten de ‘door Rusland georchestreerde’ paramilitaire groepen vooral met militaire kracht worden bestreden? Leidt dit tot een stabiele en duurzame oplossing of tot een steeds verder uitdijend intern conflict? Kennelijk leven er bij de bevolking van oosten van Oekraïne fundamentele behoeften die onvoldoende worden erkend en gehonoreerd, die het mogelijk maakt dat deze separatisten en Poetin als helden en redders in nood kunnen floreren. Maar daar hoor je in alle discussies heel weinig over. In het adresseren van deze onderliggende behoeften (culturele eigenheid, veiligheid, economische ontwikkeling) en het samen zoeken van aanvaardbare alternatieve oplossingen hiervoor, zou echter wel eens een belangrijke sleutel kunnen liggen. Ook wel mooi om te zien dat Poetin vanzelf moet inbinden bij de vaststelling dat de Russische economie en (big) business niet echt positief reageren op oorlogsdreiging en instabiliteit.

Print deze pagina